Thema

Mediageniek bestuur. Over openbaar bestuur en media

In 1748 publiceerde Montesquieu zijn politiek-filosofische geschrift De l’esprit des lois, waarin hij voorstellen deed tot een evenwicht van de machten binnen de staat. Zijn trias politica behoort nog altijd tot het standaardrepertoire van rechtsgeleerden, bestuurskundigen en politicologen. Als Montesquieu in het huidige tijdsgewricht had geleefd, zou zijn machtenevenwicht in de samenleving er anders uit hebben gezien. Ook de media zouden in zijn plaatje zijn opgenomen. Het is uiteraard niet voor het eerst dat de positie van de media apart wordt benoemd, maar dat gebeurt vooral in relatie tot de politiek. Dit is echter te beperkt. De media heeft niet alleen een hechte relatie met de politiek, maar met het openbaar bestuur in zijn totaliteit. Op het Festival der Bestuurskunde zullen meerdere invalshoeken op dit thema aan de orde komen.

Agendavorming
Een eerste onderwerp – en in dat licht wordt de invloed op het openbaar bestuur vaak geplaatst – is de rol van media op de agendavorming. Wie bepaalt nou eigenlijk de agenda in de raadszalen, in de provinciehuizen of op het Binnenhof? Is dat de politiek, de ambtenarij of misschien toch wel de media? Deze laatste hebben in ieder geval een heel belangrijke rol in de formulering van maatschappelijke uitdagingen. De media berichten immers vaak over de grootste problemen in de samenleving, ongeacht of deze eerst door politici, ambtenaren of journalisten zijn opgepikt. Maar de media hebben vooral een belangrijke functie in het framen van maatschappelijke problemen. Zij bepalen de context van de uitdagingen voor het openbaar bestuur; wat de belangrijke aspecten zijn, wat de oorzaken zijn en zelfs wat de mogelijke oplossingen zijn. Maar hoe belangrijk is deze framing  nou precies voor het functioneren van het openbaar bestuur? Hoe werkt het framen van maatschappelijke problemen? En – zeker niet onbelangrijk – hoe moet het openbaar bestuur omgaan met deze specifieke functie van de media?

Beeldvorming
Maar de media hebben niet alleen betekenis voor het functioneren van het openbaar bestuur. Zij hebben ook invloed op de beeldvorming van die overheid en politiek in de samenleving. Uit cijfers van het SCP en Stichting Kijkonderzoek blijkt dat Nederlanders gemiddeld alleen al 3 uur per dag naar de televisie kijken. Buiten ons werk zijn de media het belangrijkste – en eigenlijk ook favoriete – tijdverdrijf van Nederlanders. Binnen het openbaar bestuur worden echter weinig kritische vragen daarover gesteld. Wat doen de media bijvoorbeeld met het vertrouwen van burgers in de overheid? Op welke wijze bepalen de media de beelden die Nederlanders hebben van het functioneren van de overheid? Hoe moet het openbaar bestuur omgaan met die toegenomen invloed van de media op de beeldvorming bij burgers? En – uiteraard – wat betekent de opkomst van nieuwe media binnen deze discussie?

Overheidscommunicatie
Een traditioneler thema in de relatie tussen media en openbaar bestuur is overheidscommunicatie. In de huidige samenleving is het van groot belang na te denken op welke wijze de overheid met zijn burgers communiceert. Hoe moet de boodschap worden verwoord? Zo was er bijvoorbeeld veel kritiek op de slogan ‘Europa, best belangrijk’. Ook op regionaal en lokaal niveau wordt er nagedacht welke boodschap voor de provincie of gemeente centraal moet staan. Zo ‘gaat er niets boven Groningen’, ‘bruist Den Haag’ en wordt ‘Hilversum goed bekeken’. Deze citymarketing vindt misschien nog wel zijn hoogtepunt in de grote evenementen, die steden naar zich toe proberen te trekken, zoals de Giro d’Italia en de Tour de France. Maar wat is nou belangrijk bij dergelijke vormen van citymarketing? Wat willen overheden hier mee bereiken? Ook de wijze waarop de boodschap moet worden overgebracht is onderwerp van discussie. Zo was promotie via second life een korte tijd erg populair, maar wordt tegenwoordig storytelling als instrument door steeds meer steden ingezet. Ten slotte is bij overheidscommunicatie de communicatie bij rampen en crises een discipline op zich geworden. Hoe en op welke wijze moet de overheid in de media reageren op rampen en crises? 

Mediabeleid
Ook is de media natuurlijk onderwerp van beleid. Hoewel de persvrijheid hoog in Neerlands vaandel staat, heeft de overheid een belangrijke rol bij de allocatie van middelen voor het mediabestaan; zie bijvoorbeeld de verdeling van zendtijd binnen het publieke bestel en radiofrequenties in de ether. Op regionaal en lokaal niveau is deze discussie nog bijzonder actueel. Daar hebben regionale zenders namelijk te maken met teruglopende kijkcijfers (en de bijbehorende advertentie-inkomsten). Hoe moet de overheid daar mee omgaan? Zijn regionale en lokale zenders zo belangrijk dat deze coûte que coûte moeten blijven bestaan? En onder welke voorwaarden dient de bestaanszekerheid gegarandeerd te worden? Een vraag die daar mee te maken heeft, is de lange traditie in Nederland dat de overheid zijn eigen countervailing powers  organiseert. Dat gebeurde vooral door het stimuleren van een actief maatschappelijk middenveld, waaronder een levendig medialandschap. In hoeverre is dat echter nog van deze tijd? Heeft de overheid – of misschien zelfs wel deze samenleving – nog behoefte aan dergelijke countervailing powers

Nieuwe media
Een nieuwe loot aan de tak is, ten slotte, de impact van nieuwe media op de werkwijze van de overheid. Niet langer kan de overheid zich verschuilen achter het argument dat communicatie met burgers technisch zo ingewikkeld is. De mogelijkheden van internet en de ontwikkelingen binnen de mobiele telefonie hebben de poort opengezet naar de overheid 2.0, zoals dat is gaan heten. Maar deze – zeer kansrijke – ontwikkelingen hebben ook ingewikkelde vragen opgeroepen. Hoe verhoudt bijvoorbeeld de twitterende ambtenaar zich tot de ministeriele verantwoordelijkheid? Of op welke wijze kunnen communities binnen sociale netwerken op het internet worden ingezet voor de beleidsontwikkeling? En aan welke beveiligingsmaatregelen dienen deze initiatieven te voldoen?

Op het Festival der Bestuurskunde 7.0, dat op donderdag 11 februari 2010 plaats zal vinden op het Mediapark te Hilversum, zullen bovenstaande onderwerpen zeker aan de orde komen.